De eisen die worden gesteld aan het melkveebedrijf, het transport van de melk
en de verwerking van de melk tot melk- en zuivelproducten zijn vastgelegd in de
Europese Zuivelhygiëne-richtlijn (92/46/EEG), vertelt ir. Bouwman van het
Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaange-legenheden in de Zuivel (www.cokz.nl) te
Leusden.
De richtlijn heeft betrekking op de productie en het in de handel brengen van
rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk. Het COKZ is in
Nederland namens de overheid belast met toezicht op de naleving van de
voorschriften. Ze voert inspecties uit bij bedrijven, zowel
boerderijzuivelbereiders als de zuivelindustrie. Onder het toezicht van het COKZ
valt ook de monstername bij de melkaflevering vanaf de boerderij en het
onderzoek van het MCS in Zutphen. In de EU-regelgeving worden eisen gesteld wat
betreft het melkveehouderij-bedrijf, het transport van de melk en de verwerking
van de melk tot melk- en zuivelproducten. Daarnaast worden
(o.a. microbiologische) normen gesteld aan de rauwe melk en de melk- en
zuivelproducten, die hieruit worden bereid. Deze richtlijn is geïmplementeerd
in de Nederlandse Warenwet, de Landbouwkwaliteitswet en de PZ-verordening
Uitbetaling Boerderijmelk naar kwaliteit en gewicht. Expliciet meldt de
Zuivelhygiëne-richtlijn (92/46/EEG) dat het melkvee tbc- en brucellose-vrij
moet zijn. Verder mogen de koeien geen tekenen vertonen van besmettelijke, naar
de mens overdraagbare ziekten of andere ziekten. Niet lijden aan aandoeningen
van het genitaal apparaat waarbij afscheiding optreedt, geen darmontstekingen
met diarree en koorts of een zichtbaar ontstoken uier, worden ook expliciet
benoemd.