|
![]()
|
Verslag
voorjaarssymposium 25 april
2007 Genootschap
ter bevordering van Melkkunde 'Melk maximaal' – zuivelinnovaties
Verslag: Willem van Middendorp Voorzitter
Willem Postma begroette op een nieuwe lokatie in Apeldoorn een redelijk gevulde
zaal en merkte op, dat - ondanks het honderdjarig bestaan in het vooruitzicht -
het een stap te ver is gebleken om het predikaat koninklijk te verwerven. Wie weet dat
de keuze van een vergaderlokatie in een koninklijke omgeving in ieder geval nog
ruimte zal scheppen om een koninklijke erepenning in de wacht te slepen. Het
symposiumonderwerp bood voldoende gelegenheid om de breedte van de
toepassingsmogelijkheden van zuivelingrediënten te etaleren. Helaas kwam
het onderwerp BioPolymeren uit wei te vervallen, omdat Dhr Slettenhaar op het
laatste moment andere verplichtingen moest laten voorgaan.
Zuivel en mooi. Yoghurt is
een prima basis voor cosmetica zo betoogde Patrick Gonry van GOVA Benelux als
eerste spreker. Het gaat daarbij om een gesproeidroogd magere yoghurtproduct.
Het bestaat voor 57% uit lactose, 25% eiwit, 4% melkzuur, 3% water, 2% vet en
verder vitamines en mineralen. De
cosmeticasector wordt gekenmerkt door het 'beloven van dromen'. De consument
laat zich graag met een goed verhaal verleiden, aldus de spreker. Yoghurt heeft
een goed imago als een gezond en veilig product en is daarmee een goede
grondstof voor cosmetica. Het was in
het jaar 2000, dat yoghurt zijn intrede deed in twee cosmeticasectoren, te weten
de huid- en de haarverzorging. Huid- en
haarproducten moeten schuimen, maar schuim is eigenlijk nadelig voor de huid.
Het is agressief en bevordert het uitdrogen. Yoghurt is dan een ideaal ingrediënt,
omdat het mild is en de huid minder doet uitdrogen en dan ook nog
schuimbevorderend werkt. In de haarverzorging heeft yoghurt een goede pers,
omdat het de haarglans en de doorkambaarheid bevordert. Op de Aziatische markt
is yoghurt als ingrediënt populair omdat het één van de beste
kruleigenschappen heeft. Het geeft 'slag' in stijf haar. Yoghurt doet ook het
haarvolume toenemen. Het is daarom populair bij Braziliaanse vrouwen. Cosmetica
dienen drie jaar goed te blijven. In dat kader heeft yoghurt een nadeel. Het
wordt gesproeidroogd en dan bacterievrij verpakt. Dit maakt het tot een iets
duurder ingrediënt (ca € 25,-/kg). Ontnuchterend is vervolgens de mededeling van dhr. Gonry, dat yoghurt tot een percentage van slechts ca. 5% wordt toegevoegd. Daarbij komt dat vaak hetzelfde effect met melksuiker bereikt zou kunnen worden, maar om marketingtechnische redenen is toch voor yoghurt gekozen. Verrassende caseïnes. Harry
Rollema van NIZO the food researchers liet zien, dat caseïnes van oudsher in
het humane dieet zijn opgenomen, maar dat ze ook een lange historie van
'non-food'-toepassing-en hebben. Al van het jaar 3000 voor Chr. is bekend, dat
caseïne werd benut voor lijmen en mogelijk ook voor verfsoorten. In ca. 1900
werd de eerste caseinekunststof gefabriceerd. In het begin van de twintigste
eeuw kwam caseïneplastic (textiel en knopen) in zwang. Nadelen waren de
relatief hoge productiekosten en het gebruik van formaldehyde als hulpstof. Caseïnes
hebben een vele malen hogere marktwaarde en functionaliteit t.o.v. wei-eiwitten.
Opvallend is dat het aantal wetenschappelijke publicaties m.b.t. beide eiwitten
in evenwicht is. De
karakteristieken van caseïnes zijn: - bijzondere aminozuursequenties, - een
hoog proline-gehalte, - afwisselend hydrofiele en hydrofobe segmenten, die een
amfifiel karakter veroorzaken (soms interfereren met hydrofiel en soms met
hydrofoob), - soms een surfactant-achtig karakter, - de aanwezigheid van fosfoserine (SerP) en de specifieke
interactie met metaalionen en calciumfosfaat (CaP). Caseïnes
vormen een soort superstructuur: de caseïne micel. De caseïnemicel wordt
erdoor gekenmerkt, dat het rheomorfe (d.w.z. vs. Carl Holt: 'stroomvorm' -
afhankelijk van de omgeving) caseines bevat, een open structuur heeft met
flexibele eiwitten en CaP bevat, die het eiwit 'crosslinkt' (indien niet
aanwezig dan valt de micel uit elkaar). Het aantal monomeren dat het polymere
micel vormt, hangt af van temperatuur, ionsterkte en pH. Er zijn drie
types caseinepreparaten te onderscheiden: 1) Na-, K- en NH4-caseïnaten,
die ijle structuren hebben, aan grensvlakken absorberen en bij lage concentratie
al een hoge viscositeit hebben. 2) Ca-caseïnaat met micel-achtige stabiele
aggregaten. 3) Lebcaseïne (gestremde (geaggregeerde) caseïnemicellen, waarvan
de structuur gestuurd kan worden d.m.v. CaP onttrekking. De
intramoleculaire interacties die de karakteristieken vormen van de caseines,
vormen de basis voor zijn functionaliteit. Die functionaliteit is indrukwekkend
en ligt op het terrein van de oplosbaarheid, de structuurvorming, de
emulgeereigenschappen, de waterbinding, de schuimvorming, de verdikking en de
hittestabiliteit. Dit maakt
caseïnes breed toepasbaar zowel in levensmiddelen als in farmaceutische en
chemische producten. Bijvoorbeeld
binnen de lithografie in fotolak voor de fabicage van schaduwmaskers op
beeldbuizen. Caseine heeft als voordeel, dat het een goede mechanische
stabiliteit geeft en een goede etsresistentie bewerkstelligt. Een nieuwe
ontwikkeling is dat i.p.v. ammoniumcaseïnaat natriumcaseinaat wordt gebruikt.
Dit optimaliseert de processing, geeft een hogere fotogevoeligheid, een
stabieler en meer robuust proces en een betere functionaliteit. Rollema
concludeert, dat caseeïnes veelzijdig, flexibel, breed toepasbaar, veelbelovend
en van een controleerbare functionaliteit zijn. Lactose in de inhalator. Harry Peters
van Friesland Foods meldt dat de markt voor lactose een interessante is. In
hoeveelheden gerekend gaat het mondiaal om 100.000 ton, waarin het marktaandeel
van Nederland 60 à 70% is. In
farmaceutische producten zien we lactose als vulstof in capsules, sachets en
tabletten. Het is sinds de jaren negentig een hulpmiddel tijdens het vriesdrogen
en oplossen van poeders voor injectie-doeleinden. Lactose werkt zeer goed als
bindmiddel in tabletten (Tabletten maken 60% uit van de farmaceutische
preparaten). In de
'droge poeder inhalator' is lactose de drager of mooier gezegd de motor,
zo betoogt Peters. Het
rechtstreeks toedienen van medicijnen via de longen (pulmonaal) heeft als
voordeel, dat het medicijn direct op de lokatie van de ziekte is (bijv, bij
astma en COPD) en het medicijn is eerder in de bloedbaan en wordt niet
afgebroken in de maag of lever (bijv. eiwitten zoals insuline). De behoefte
aan inhalatiemedicijnen is groot te noemen. Wereldwijd heeft 1 op de 20 mensen
astma (ca. 300 miljoen). COPD (chronische longziekten) staat na hart- en
vaatziekten, kanker en infectieziekten op de vierde plaats van ziekten met de
dood tot gevolg. Als jaarlijkse kosten wordt een bedrag van ca. 17 miljard
dollar genoemd. In het jaar
2000 was de markt voor inhalatiemedicijnen goed voor 500 miljoen dollar. In 2006
kwam het al op 1,2 miljard dollar. Naar verwachting loopt dit in 2010 door naar
1,4 miljard dollar. Friesland
Foods DOMO is al sinds 1979 bezig met inhalatiemedicijnen. In 1998 werd in
Borculo een fabriek voor inhalatielactose gebouwd. Er wordt samengewerkt met de
leider in de astma/COPD markt, Glaxo-SmithKline (GSK). GSK had in 2006 een omzet
van meer dan 5 miljard euro, dat is evenveel als de Nederlandse zuivel als
geheel, zo meldt Peters om de financiële kracht van dit farmaceutische bedrijf
te illustreren. Droge poeder
inhalatoren vervangen aerosolformuleringen, die het medicijn en een drijfgas (CFC/HFA)
bevatten. CFC is een ozon-beschadigend drijfgas. Alleen al daarom is het droge
poeder inhaleren interessant. Verder bevat het poeder geen alcohol en heeft het
een hoge longpenetratie en is het relatief eenvoudig te formuleren. Lactose is
interessant, omdat het agglomeratie van de actieve stof voorkomt. Bovendien is
het toxicologisch onderzocht en goed bevonden. Zulk onderzoek kost alleen al
10-15 miljoen euro per product. Lactose is fysisch en chemisch stabiel en heeft
een relatief glad oppervlak en een lage hygroscopiciteit. Het is relatief
goedkoop en beschikbaar in verschillende deeltjesgrootteverdelingen. Door dit
laatste is het dus mogelijk de meest geschikte plaats van opname in het
luchtwegsysteem te kiezen. Hoe verder in de longen hoe kleiner de deeltjes
moeten zijn, die kunnen worden opgenomen. In de luchtpijp is de grootte 10-30
micrometer) en in de alveoli (longblaasjes) < 2 micrometer. De concentratie
van de actieve stof heeft daarnaast invloed op de penetratie in de longen.
Onderzoek heeft verder uitgewezen, dat het toevoegen van fijne lactosedeeltjes
de vrijgifte in de longen positief beïnvloedt. Uit een
nadere studie wordt geconcludeerd, dat verschillende actieve stoffen
verschillend reageren bij een gelijke lactose kwaliteit en gelijke 'device' (deeltjesgrootteverdeling).
Verder reageren verschillende 'devices' verschillend bij het gebruik van
eenzelfde lactose en een gelijke actieve stof. Op de vraag
of de lactosegrondstof aan extra zuiverheidseisen moet voldoen, wordt
bevestigend geantwoord. Er is een meer specifieke bedrijfsvoering nodig. Hein van
Valenberg vraagt in hoeverre de MKZ-uitbraak invloed heeft gehad op de
productie. Geantwoord wordt dat GSK een reserveleverancier buiten Europa gezocht
heeft. De BSE problemen waren van een grotere impact. Dat was reden voor de
farmaceutische industrie om de zuivelindustrie te vragen bacterieel stremsel te
gebruiken i.p.v. lebstremsel bij de kaasbereiding. Piet
Verhagen wil weten hoe het staat met de patentering. Het blijkt dat onderdelen
van de 'processing' inderdaad een patent hebben. Koude koffie. Gregor Moons
is marketing manager bij Campina Out of Home. Hij vertelt het succesverhaal van
een samenwerking tussen een zuivelbedrijf en een koffiebrander. Het beste van
twee werelden…….Hij signaleert dat de koffieconsumptie onderweg is van een
traditionele naar een 'lifestyle-benadering'. In huis gaat de consument over op
espresso en senseo. In de horeca komen er de koffiecafé's. Alle aanleiding voor
A-merken om versterking te zoeken in de vorm van samenwerking. Van belang is het
om complementaire doelstellingen te hebben, aldus Moons. Die bleken er
veelvuldig te zijn. Het gaat om de twee grootste A-merken van Nederland (Campina
en DE), die beide toegankelijk, in dagelijks gebruik, vertrouwd en kwalitatief
hoogwaardig zijn. Beide hebben veel R&D-kennis en ervaring om
voedselproducten te introduceren en ook voldoende slagkracht om de introductie
te ondersteunen en een markt op te bouwen. Tenslotte hebben ze beide een
internationale business om een Europees concept te lanceren. De
doelstellingen/strategie van Campina lagen op het vlak van waarde toevoegen aan
melk, innovaties doen en nieuwe categorieën ontwikkelen en van grote concepten
introduceren in detailhandel en horeca, die aansluiten bij de veranderende
consumentenbehoefte. DE zocht het in het aantrekken van jongeren in de koffie
categorie, het verhogen van de waarde per consumptie en het verhogen van
vertrouwen in het merk. In fase één
werd gekeken naar wat er al was. Zo vond men in Japan de RTD (ready to drink)
koffie en in Duitsland kende men al 'Eiskaffee'. In fase twee werd het concept
ontwikkeld via marktonderzoek. Zo kwam men op twee te benadrukken voordelen:
ijskoud en genieten. Handicap was de combinatie: koude koffie = oude koffie. Bij
koffie past 'genieten en geeft een product smaak en karakter' en bij melk
'ijskoud en maakt het product anders/ lekker (oftewel géén koude koffie)'.
Hier kwam de positionering uit voort van een verfrissende opkikker voor
onderweg. Fase drie was de productontwikkeling en productie. Afgesproken werd
dat Campina zou produceren (+distributie en verkoop). Nieuw hierbij was de
koffie in een zuivelfabriek. Qua productontwikkeling/technologie was er weinig
revolutionairs aan, maar de focus lag op smaakontwikkeling. De koffie-experts
van DE moesten afstemmen met de productontwikkelaars van Campina. In fase vier was de introductie van Café Fresco aan de orde.
Er kwamen twee smaken uit nl. cappuccino: een
pittige koffiesmaak met melk en macchiato: een milde romige koffiesmaak met melk. Ingrediënten zijn verse
Campina melk en 100% Arabica koffie. De verpakking is een hersluitbare beker van
230 ml met aluminium seal en tht-code. Doelgroep: man en vrouw van 18 - 45 jaar.
DE zou de
reclame doen 'marketing above the line' en Campina de winkelcontacten 'marketing
below the line'. Voor de introductie werd een traject van ca. twee jaar
uitgezet. Fase vijf is
de evaluatie. Sinds de introductie in week 25 van 2006 zijn er tot april 2007
ruim 3 miljoen eenheden afgezet. Dertig weken na de introductie waren al een
half miljoen huishouden bereikt. Zaak is nu om het succes verder uit te bouwen.
In week 24 van 2007 zou de introductie volgen van de derde variant: Café Fresco
Light, met slechts 0,9 % vet en slechts 1% suiker. Als antwoord
op een vraag werd duidelijk dat een Europese benadering tot nu toe nog niet in
beeld is. Cor van de Boogaard was benieuwd of het aantrekken van jongeren gelukt
is. Het antwoord luidt dat onder de 0,5 miljoen huishoudens een mooie
oververtegenwoordiging zit van jonge gezinnen. De vragensteller met voorkeur
voor zwarte koffie wordt aangeraden de cappuccino eens te proberen en degene die
de Café Fresco zou willen opwarmen in de magnetron werd geadviseerd dat niet te
doen. Eiwit als 'vet' Bij Tetra
Pak CPS (Cheese and Powder Systems) te Leeuwarden werkt men met wei-eiwitten als
vetbolletjes. Arjen de
Boer - senior technologist - verhaalde van de mogelijkheden. Het idee
blijkt niet nieuw te zijn, maar het werd pas interessant nadat de Universiteit
van Weihenstephan een practisch bruikbaar proces had ontwikkeld, waardoor
commerciële toepassingen binnen het bereik kwamen. Tetra Pak
ontwikkelde met het oog op de toepassing vooral in kaas een een eigen proces van
microparticulatie. Toevoeging van gemicroparticuleerde wei-eiwitten resulteerde
in hogere winstgevendheid (betere valorisatie van de wei) en betere
productkwaliteit. Dat paste
mooi bij de trend in de markt waar de consument vraagt naar gezonde producten
met minder vet. Vetverlaging
in de kaas resulteert doorgaans in een gebrek aan smaak, een hoger risico op het
gebrek bitter, een schoenzool consistentie en een gebrek aan mondgevoel. De
eerste twee gebreken kunnen met het zuursel opgevangen worden. Het gebruik van
gemicroparticuleerde wei-eiwitten zal de consistentie en het mondgevoel
verbeteren. Microparticulatie
is een hitte- en mechanische behandeling van wei-eiwitten. Het ingaande product
is wei-eiwitconcentraat (WPC) d.w.z het vloeibare retentaat van ultrafiltratie
van wei of opgelost WPC-poeder. Gemicroparticuleerde
wei-eiwitten vinden ook hun toepassing in andere zuivelproducten (bijv. yoghurt,
kwark, ijs, magere UHTmelk en dessertproducten) maar er zijn ook
niet-zuiveltoepassingen (bakkerij etc.). Uit smaakproeven blijkt dat een
kooksmaak wordt gemaskeerd en de smaak voller wordt (het geeft de associatie van
vet). Om de
precies juiste producteigenschappen te verkrijgen is het noodzakelijk de
deeltjesgrootteverdeling te optimaliseren. Zijn ze groot dan onstaat een melige,
zanderige smaak en zijn ze te klein dan zijn de verliezen te groot. Dhr. de Boer
presenteert indrukwekkende terugverdienberekeningen, waaruit een
terugverdientijd van minder dan een jaar resulteert. Bij de actuele wat hogere
wei-prijzen zal het allemaal wat trager verlopen. Jan Willem
Rouweler verwacht een verlaging van het kalkgehalte.
Spreker verzekert dat er nog overmaat Ca in kaas zal zitten. Jaap de Wit
vraagt of de smaakmaskering c.q mondgevoel vergeleken is met volvette kaas. De
Boer antwoordt dat de smaak met het zuursel wordt beïnvloed en de toegevoegde
wei-eiwitten hebben alleen effect op het romige karakter. Pieter
Walstra vraagt naar de pH en wat te doen met de restwei? Antw.: De pH is 4,6 en
die oplopen naar 5,0 à 5,5. Het resteiwitgehalte moet ca. 11% zijn. Lukt dit
niet dan moet een andere aanwending voor het permeaat worden gezocht. Piet
Verhagen wil weten hoeveel installaties inmiddels zijn verkocht en wat de
mogelijkheden zijn m.b.t. andere zuivelproducten dan kaas. Antw.: de installatie
is pas sinds 2006 op de markt. Inmiddels zijn
er drie verkocht (In Frankrijk en Spanje). De toepassingsmogelijkheden in
andere zuivelproducten in Nederland hangt sterk samen met de regelgeving. In
drinkyoghurts zou het zondermeer kunnen. Op een vraag
over vervuiling van de warmtewisselaars antwoordt de Boer dat de gegarandeerde
gebruiksduur 11 à 12 uur is bij
een homogenisatiedruk van 50-60 bar. Pauline Kip
wilnog weten in hoeverre de wei-eiwitdeeltjes onderdeel uitmaken van het netwerk
in de kaas. Het antwoord luidt heel simpel: ze zitten er tussenin en geven
daardoor de vollere smaak.
Tenslotte Voorzitter
Willem Postma karakteriseerde de gehouden inleidingen met het volgende
toekomstbeeld: U zit 's
avonds met een café fresco voor de TV. Het beeld daarvan is veel helderder dan
van uw oude TV, want de beeldbuis is gemaakt met caseïnes. De vrouw des huizes
heeft net haar haar gewassen met yoghurtshampoo en heeft haar huid met yoghurtcrème
verzorgd. Ze wordt er met de dag mooier op. Je zoontje heeft jammergenoeg last
van astma en gebruikt een inhalator, waarin op het medicijn op een zeer slimme
manier lactose is opgebracht. Hij knapt zienderogen op. Vervolgens neem je een
ijsje met microgeparticuleerde eiwitten, die dat ijsje minder vet maken. Al met
al ga je vroeg naar bed met het idee, dat zuivel alom aanwezig is en je leven
een stuk aangenamer maakt …... en dan neem je nog even je eigen inhalator.
|
Contact:René Floris, secretaris |
|
|